Branden in grote gebouwen

Uit WIKIvarium
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Branden in grote gebouwen

Bij branden in grote gebouwen gaat het vooral over de volgende incidenten:

  • Grote branden in gebouwen, bedoeld voor verminderd zelfredzamen;
  • Grote branden in gebouwen met een grootschalige publieksfunctie;
  • Grote branden in bijzonder hoge gebouwen;
  • Branden in dicht bebouwde binnensteden (stadsbranden).

Een voorbeeld is de de brand in het café in Volendam. Een kleine brand groeide door de droge kerstversiering razendsnel uit tot de Volendamramp, die aan 14 jonge mensen het leven kostte en die meer dan 180 mensen ernstig verwondde. Een andere discotheekbrand heeft veel slachtoffers veroorzaakt in Göteborg in 1998. Hierbij stierven 63 jongeren en raakten er honderden gewond.

Let op: Branden of ongevallen in tunnels worden meegenomen onder het ramptype: ongevallen in tunnels. Grote branden in grote gebouwen wanneer er niet direct gevaar is voor grote aantallen aanwezigen worden niet meegenomen in dit ramptype.

Gevolgen

De effecten van branden in grote gebouwen zijn meestal: veel slachtoffers door verstikking of vertrapping, veel brandwonden en ademhalingsklachten. Vaak heeft dit een grote psychische impact. Materiële schade kan verschillen per brand, maar we kunnen er vanuit gaan dat er bij een grote brand het gebouw voor een groot gedeelte onbruikbaar wordt.

Wat doet de overheid?

Natuurlijk heeft de overheid veel geïnvesteerd in de hulpdiensten. Dat zijn de mensen die uiteindelijk de brand gaan bestrijden en de slachtoffers gaan helpen. Het is erg belangrijk dat hulpdiensten vaak oefenen, zodat ze tijdens een grote brand snel en goed kunnen helpen. Deze oefeningen worden binnen de eigen hulpdienst, regionaal en landelijk uitgevoerd. De overheid heeft per gemeente noodplannen opgesteld om ten tijde van een grote brand snel en adequaat te kunnen reageren. Verder heeft de overheid verschillende communicatiemiddelen opgezet waarmee de bevolking bij een ramp kan worden geïnformeerd. Bij een ramp of crisis verstrekt de overheid informatie op Nederland 1 of op Radio 1. Bij een regionale ramp of crisis wordt informatie verstrekt via de regionale rampenzender.

Wat kunt u zelf doen?

Als er sprake is van een grote brand in een woonwijk, een winkelcentrum of een fabriek bestaan er noodplannen. U kunt uzelf voorbereiden door altijd wanneer u in een gebouw bent even te kijken waar de nooduitgang is als u in een groot gebouw bent. Neem bij een brand kinderen en mensen met een beperking zo snel mogelijk mee het gebouw uit. Maak, indien nodig, doeken nat om voor neus en mond te kunnen houden. Ga nooit terug een brandend gebouw in!

Voorbereiding

  • Kijk altijd even waar de nooduitgang is en waar blusmiddelen hangen als u een gebouw binnenkomt;
  • Bekijk het ontruimingsplan op uw werk of van andere gebouwen waar u regelmatig bent;
  • Neem deel aan oefeningen op uw werk of bij andere gebouwen waar u regelmatig bent;
  • Bereid uw eigen woning voor op brand door een vluchtplan te maken.

Alarmering

  • Wanneer u gevaar loopt tijdens een grote brand, waarschuwt de overheid via de sirene of geluidswagens, of via de rampenzender;
  • Als u de sirene hoort, moet u naar binnen gaan, deuren en ramen sluiten en de rampenzender aanzetten.

Tijdens de brand

  • Blijf rustig, veel inspanning kost extra ademhalen en de zuurstof is vaak schaars;
  • Probeer zo snel mogelijk hulpdiensten te alarmeren door te bellen met 112 of door het brandalarm in te schakelen;
  • Help kinderen en mensen met een beperking tijdens het ontruimen en sluit zoveel mogelijk deuren en ramen tijdens de ontruiming;
  • Ga nooit terug een brandend gebouw in;
  • Volg instructies van hulpverleners op en communiceer met hen over wat u kunt en waar u hulp bij nodig hebt;
  • Wanneer u het gebouw niet uitkomt, ga dan voor het raam staan en houdt natte doeken voor uw gezicht.


Raadpleeg voor aanpak bij calamiteiten de volgende rubrieken:

Mensen met een: • Verstandelijke beperkingPsychische beperkingConditionele beperkingZintuiglijke beperkingLichamelijke beperkingNAH/AfasieSterk afwijkende lichaamslengteOuderen (65+)Kinderen (14 -)Tijdelijke beperkingLaaggeletterden en niet-Nederlandssprekenden

Persoonlijke instellingen